HOME
  HEEMKUNDE
  FAMILIEKUNDE
  ACTIVITEITEN
  PUBLICATIES
  THEMA'S
  EXPO 58
  REPORTAGES
  ANECDOTES
  BIJNAMEN
  WIJ DANKEN ...
  FOTO 2010-
  FOTO 2003-2009
  KUNST
  ORGANISATIE
  LINKS
  GASTENBOEK
  CONTACT
  SITE MAP
  HELP
 
  zoekterm
 
  ZOEKEN
 
  gebruiker id
 
  password
 
  LEDEN LOGIN
 
  REGISTER
 
 
   
     


 
THEMA'S - PROCESSIE  
 
 
 



DE PROCESSIE door Jan Wybouw.

Rond de 20ste juni van ieder jaar, met “Machelen- Kermis” dus, en bij het begin van de zomer, ging en gaat de “processie” uit, een klein beetje afhankelijk van het weer, natuurlijk.
Ik had het reeds vroeger over het half oogst-kermisje in ’t Gehucht. Wel, zoals dat kermisje een hoogdag was ; zó was en is Machelen-Kermis nog, en de uitgang van de processie eveneens een Hoogdag voor de inwoners van het gehucht en alle Machelaars, ten andere. Want zeker om de twee jaren ging de processie uit in ’t gehucht. Het ander jaar in ’t Dorp.
Maar laten we efkens, in gedachten, teruggaan naar de late jaren ’40, begin van de vijftiger jaren. (Ik was toen 10-11-12 j.). Reeds weken vóór dat de processie uitging zaten wij, in familiekring rond de tafel glinsterende en veelkleurige snippertjes te snijden van papier, zilverpapier, bloemblaadjes als we die konden vastkrijgen, of zelf bloemetjes ineen te knutselen, enz. Dat werd allemaal verzameld in schoenendozen, tot ze vol waren. En dat alles om, als ’t ware, een bloementapijt uit te strooien op straat, voor dat “Ons Heer” voorbij kwam en dit het laatste halfuurtje vóór dat de processie afkwam. Andere mensen maakten een drievoudig spoor van wit zand, twee links en rechts van de straat en één in het midden met hetzelfde doel en gedacht.
Iedereen, in ’t gehucht, stond of zat dan al aan z’n deur. Op het venstertablet van de gevel werd een H.Hartbeeld, een beeld van O.L.Vrouw gezet, op een speciaal daarvoor bestemd mooi gekleurd doek en met bloemen versierd en twee kaarsen, die eveneens pas aangestoken werden, als we de processie hoorden afkomen. “Ja ! Ik hoor de paarden aankomen en de muziek van de Fanfare of Harmonie.” Je moet weten (dat wist ik toen nog niet) Het éne jaar ging de Fanfare vooraan in de processie en de Harmonie achteraan, het volgend jaar het omgekeerde, natuurlijk…..zodat ze mekaar niet konden storen !
Ging de “Swiss” nu helemaal vooraan of ging die het H. Sacrament vooraf ? Laten we dat maar in het midden. In ieder geval de Brabantse trekpaarden van den boerenbond openden de processie. Dat wekte al direct een speciale indruk en sfeer bij de mensen en vooral bij de kinderen. Ze moesten ernaar omhoog kijken, zo hoog zaten die mannen op hun rijbeesten. Soms waren er ook mooie, maar zeer nerveuze looppaarden bij, die begonnen te steigeren als de muziek en trom begonnen te spelen. Soms lieten de nerveuze paarden al eens een pakje, zeg maar pak, vallen…..de vliegen hadden geen tijd om toe te slaan, want direct achter de paarden, volgde een goede ziel met kruiwagen, borstel en schepspade om dat allemaal op te scheppen. De inhoud van deze kruiwagen kwam wel van pas op één of ander veld van de boer.
De Chirojongens en meisjes stapten ook mee in de processie, natuurlijk, toen nog in uniform met korte broek (de jongens natuurlijk)… De juiste volgorde van in 1950-51 weet ik ook niet meer, maar ik denk dat juist vóór of achter de paarden, de politie, met de commissaris op kop en brandweer fier meestapten (jaja, Brandweer Machelen bestond toen nog) met o.a. Robert Debacker als luitenant of kapitein, onze Remy van in Deblockstraat, Romain Peels later en Hubert Deschrijver, Dewandeleer (schrijnwerker) enz. enz. (voor detail, zie Machala-site, rubriek “foto’s), dit alles, natuurlijk met hun eigen vaandel of vlag. De jeugd, in ’t algemeen, was zeker zeer goed vertegenwoordigd in de processie, hetzij met de scholen, hetzij met de jeugdbeweging. Ik denk zelfs dat de muziekkapel van de Chiro, ook mee deed voornamelijk met de grote troms, om de trage stap aan te geven. Ja, dat was ook een groep afzonderlijk : degenen die hun Plechtige Communie gedaan hadden in de maand mei, stapten mee. Er was, lang voor de processie werd samengesteld, bijeenkomst in de twee scholen, de meisjes in hun spierwit communiekleed, de jongens in hun kostuumpje. De zusterkes hadden, eveneens dagen op voorhand, de verschillende “tenues” van de verschillende heiligen van ’t zolder gehaald (Ste.-Gertrudis, H. Rita, H. Appolonia, H. Theresia, O.L.Vrouw, natuurlijk en noem maar op). Allemaal met een wijde mantel aan, waarvan de tipjes vastgehouden werden door o.a. de kleinere kinderen van de zustersschool. Maar vooraleer de processie samengesteld was bij vertrek aan de Kerk, na de Hoogmis, man, man, man…. Er waren maar twee mensen, denk ik, die de volgorde kenden en de processie moesten samenstellen. Zij deden niet anders dan over en weer lopen en instructies geven en roepen…..Soms moest, onderweg, een deel van de processie even stil staan, wegens wat ze nù zouden noemen : “Accordeonfile”.
Zoveel te beter, dan konden wij, als kleine gast, rustig kijken of we geen kameraadjes zagen, die dan fier en voorzichtig dag wuifden.
Een andere speciale groep waren “ de pagekes”. Zij droegen een paars velouren kostuumpje met op hun hoofd een eveneens paarse schotelmuts. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met de Zwitserse wacht in het Vaticaan. Om “in page” te mogen meegaan in de processie moest men goeie punten hebben. Deze job in de processie was voorbehouden aan de allerbraafsten, (ik ben nooit page geweest, denk ik, maar mijn broer wel). Pageke in de processie, dat was een eer. Al de misdienaars waren, natuurlijk, opgeroepen voor deze gelegenheid…met kandelaar en kaars stapten ze eveneens mee op. Mijn vader moest, op die dag zeker, al de “flambies” (kaarslantaarns) aansteken, rechts vooraan in de kerk, want die waren bestemd om mee te dragen door al de volwassenen. We spreken hier veel over de kinderen, maar toen gingen bijna al de volwassenen ook mee : De Kajotters en Kajotsters, de Vrouwengilde, de mannen van de K.W.B. met de offerande, den Bond van het H. Hart, enfin, al de Christelijke verenigingen waren vertegenwoordigd. Al de vaandels en vlaggen werden die dag uit de hoek gehaald. Eveneens waren bijna alle huizen versierd en bevlagd. De mensen, die niet meestapten in de processie, knielden allemaal spontaan, “wanneer Ons Heer voorbij kwam” op ‘t laatste van de processie. Het vierkant baldakijn, “de hemel” zeiden wij, gedragen door vier forse mannen, werd, als sluitstuk, boven de pastoor met de monstrans gehouden, als teken van respect en glorie. Daarachter volgden de officiële autoriteiren, Burgemeester en Schepenen, Voorzitters van de verenigingen, enz., allemaal met een “flambie” in de hand. De zangers van het kerkkoor waren natuurlijk ook van de partij met psalmen en gregoriaanse gezangen.
Ongeveer in de helft van de ommegang van het Gehucht stond er “den Altaar” : aan ’t Kapelleke, hoek Raedemaeckers – en Oud-Strijdersstraat. Daar werd halt gehouden en sprak toen pastoor Cosyns (begeleid en bijgestaan door de onderpastoors) tot zijn parochianen en daar werd dan de zegen gegeven met de grote monstrans met de H. Hostie er midden in en speelde één van de trompettisten de “te velde”. Indrukwekkend was dat……….daar kreeg je kippevel van.
Daarna ging het, via “de grote straat” , terug naar de kerk. Hoe korter de processie bij de kerk kwam, hoe groter de menigte werd, die absoluut de processie van kortbij wou zien.
Ik had het genoegen om, begin de jaren 2000, enige malen te mogen meestappen met de fanfare in de processie, genietend van die mooie trage processiemarsen, waarvan we, ten andere, maar éénmaal per jaar, de partituren uithaalden. Ik had, trouwens, niet veel te spelen met mijn cymbalen, juist de afslag, enige maten vóór de muzikanten moesten beginnen te spelen en hier en daar, gedurende de mars een gedempte slag geven. Dan, als de priesters met het “H. Sacrament” en de parochianen binnen waren in de kerk, dan zette de fanfare ineens alle ventielen open met een daverende kermismars. Dat was de anticlimax. Van het plechtige, statige ritme van de trage processiemarsen naar het uitbundige, vrolijke, aanstekelige ritme van de zo graag gehoorde marsmuziek van de fanfare, met de “grosse caisse”, tromgeroffel, cymbalen en natuurlijk, de unieke sound van de kopermuziekinstrumenten. Eénmaal rond de kerk marcheren op het vlotte ritme en dan…..dan hadden zij allemaal dorst, maar vooral de mannen van de fanfare….. De muzikanten, als beloning voor hun mooi begeleiden, kregen elk een bonnetje om een glas te drinken. Dan werd er een stevige pint gedronken “Onder den Toren” of in “De Nova”, en, ja, in ’t café, als ze eens goed hun keel gesmeerd hadden, gaven ze nog een extra-marsje weg. Het café zat toen proppensvol.
En dan kwam de kermis pas echt op gang !

Machelen, maart 2009.

 
 
 
info@machala.be ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. (C) 2010 MACHALA
 
Heemkundekring Machala :e-mail : info@machala.be