|
 |
ANECDOTES - 'T PLEINTJE
|
|
| |
| |
| |
Hierbij dan de luchtfoto van "Het Pleintje", in 't midden van "het Gehucht" :
"Het Kabinneke" (van de Electriciteit : hoek Diegem - en Weldoenerstraat) en "Het Pleintje" met "de wegskes", hierbij genoeg gesitueerd, waren dè speelterreinen van ons, klein gasten, in de late veertiger-jaren. 't Kabinneke is ondertussen verdwenen, maar de wegskes en Pleintje liggen er nu nog altijd bij, zoals in die jaren. Er reden nog bijna geen auto's in de oorlogsjaren en daarna ; dus hadden wij speelplaats in overvloed. Knikkeren op de verharde aarde, lopen met de "riep" en een stokje om een beetje te sturen ("riep" was gewoon een velg van een oude fiets) en dan bergaf van in 't wegje in de Weldoenersstraat, naar beneden. Of redelijk vernuftig "belleke trek" gaan doen : We maakten een elastiek en een steentje of hard voorwerp aan de voordeur vast, daaraan een dun lang koordje en dan verstopten we ons met het uiteinde ergens achter een struik.....en dan maar trekjes aan het koordje geven en laten schieten, zodat het een geklop was op de deur.........Totdat ze het door hadden, natuurlijk en dan maken dat we weg waren.
Ook op de ruit bevestigden we dat , vandaar een ruitentikker....Soms durfden we al eens iets vies in de brievenbus steken ook....
En als Julien van de bakkerij "De Drie nullen" in de namiddag passeerde met z'n paard en carroske, brood brengen, mocht ik al eens een eindje meerijden. Dat was pas een attractie.
De wegskes dienden ook al eens als afspraak - en vrijplaatsje voor de jonge koppelkes, maar tegen die tijd lagen wij allang in ons nestje of misschien nog aan 't uitkienen hoe we Jefke of Roger 's anderendaags eens konden om de tuin leiden....
Dat waren nog jaren, waar wij ons amuseerden met een niemendal. Van twee oude fietsen maakten we er éne : De krak, noemden we dat. Een nieuwe fiets kwam gewoon niet in onze gedachten. Wij hadden daar geen geld voor.
Ofwel maakten we van een onderstelletje van een oude kinderkoets een karretje, waar we opzaten en zelfs, met onze voeten konden sturen aan de voorste wielen. Op dat gebied waren wij zéér inventief. Rond Allerheiligen, als 't bietenoogsttijd was, haalden we die van binnen helemaal uit en maakten er gaten in, zodat het een masker scheen.....daar een kaars in of pillamp en dan gingen we spoken achter de meisjes 's avonds als het al een beetje donker werd.
Moesten dat pleintje en bijhorende wegskes kunnen vertellen...............Man, man, man !
Jan Wybouw
|
|
| |
|
|
| |
| |
|